Huis van de Heilige Maagd Maria

Het Huis van de Heilige Maagd Maria

Het huis is gelegen op de top van de berg Bulbul, 9km vanaf Ephesus. Het heiligdom van de maagd Maria ligt verscholen in een prachtige natuur. Er wordt gezegd dat Maria hier heeft gewoond tijdens de laatste dagen van haar leven. Ze zou samen met de apostel Johannes naar deze streek zijn gekomen. Johannes heeft hier enkele jaren het Christendom verspreid. Maria gaf de voorkeur aan deze rustige plek boven de drukke stad. Het huis is een kenmerkend voorbeeld van de Romeinse architectuur, geheel opgetrokken uit steen. In de 4e eeuw is hier een kerk gebouwd waarin het huis is geintergreerd. De visioenen van de Heilige Zuster Emmerich, zoals ze zijn opgeschreven door de geschiedschrijver Bretano, verhalen over de gebeurtenissen van Maria en Jezus (in meerdere volumes). Slechts enkele volgelingen waren aanwezig bij Maria tijdens haar laatste dagen. Wij geven hier een samenvatting van wat de visioenen van Zuster Emmerich inhouden, om een indruk te geven van wat ze betekenen.

De lokatie van het huis

Maria leefde niet in Ephesus maar in een huis op de heuvel, links van de weg naar Jerusalem. Smalle paden in zuidelijke richting leidden naar het huis. Het is een eenzame plek maar wel omgeven door vruchtbare grond.

Tevens zijn er enkele grotten waar Christelijke families reeds woonden voordat Maria arriveerde. Het is een oneffen plateau dichtbij de top van de heuvel, begroeid met bomen en struiken. Hier leefden Christenen en Joden in grotten, hutten en tenten, net als een klein dorp. Maria had het enige huis opgebouwd uit steen. Vanaf de heuvel kon men uitkijken op de stad Ephesus en de zee met zijn vele kleine eilanden. Vlakbij lag een kasteel dat werd bewoond door een koning. Achter het huis bouwde Maria de "weg van het kruis" vlak na haar aankomst. Het had 12 markeringspunten. Maria had deze punten zelf uitgezocht en er markeringsstenen neergelegd. De stenen waren beschreven met een Hebreeuwse tekst. De stenen lagen allemaal in kleine openingen , behalve de steen van de berg Calvary die op de top van de heuvel lag en de steen van de heilige Sepulcher die in een kleine grot lag achter de heuvel.

Het Huis

Het huis werd opgebouwd uit stenen die gelijkmatig van vorm waren en aan een zijde rond waren. Er lag een bron naast het huis. De ramen zaten hoog tegen het dak aan.

Het huis was verdeeld in twee gedeeltes, gescheiden door een openhaard. Achter de openhaard was een ruimte, gescheiden door een gordijn, dat diende als een gebedsruimte. In een nis stond een kruis met de lengte van een arm. Links en rechts van de openhaard waren deuren die leidden neer de ruimtes aan de achterkant van het huis. De rechterdeur leidde naar haar slaapkamer met daarin slechts een bed dat leek op een plank. De linker deur leidde naar een kamer waar Maria haar kleren en overige bezittingen had liggen. Ze leefde hier in alle rust, samen met een jonge vrouwelijke bediende, die voor het weinige voedsel zorgde dat ze nodig hadden. Als de apostel Johannes niet op reis was, bezocht hij hen hier.

De dood en de begrafenis van Maria

Ze lag in haar slaapkamer op haar bed in haar nachtkleding. Haar hoofd lag op een rond kussen. Ze was zwak en bleek. De verzamelde apostelen hielden een dienst voor haar huis.

Petrus stond in een gewaad vooraan en de anderen achter hem als in een koor. Een aantal vrouwen tilden Maria regelmatig op om haar een lepel sap te geven, geperst uit gele bessen. Nieuwkomers omhelsden elkaar met tederheid. Nadat hun voeten waren gewassen, kwamen ze naar Maria toe. Ze kon slechts enkele woorden tegen hen spreken. Tegen de avond voelde Maria het einde naderen en zei ze vaarwel tegen de apostelen, volgelingen en de vrouwen die aanwezig waren. Ze legde haar hoofd weer op haar kussen, zwak en bleek. Petrus gaf haar de Heilige Communie. Ze stierf na het 9 e uur, dezelfde tijd als Jezus. Mattheus en Andreas liepen het pad dat Maria had aangelegd tot het einde, een half uur wandelen. Hier werkten ze aan het graf en de deur die het graf zou sluiten. De vrouwen maakten het lichaam gereed voor de begrafenis. Het huis was afgesloten en ze werkten bij het licht van kaarsen. Twee vrouwen wasten het lichaam en Johannes droeg een kruik met een vloeistof.

Petrus doopte zijn vinger in de vloeistof en raakte Maria op haar voeten, handen en haar borst terwijl hij een gebed sprak.

Mirre werd onder haar schouders, nek, kin en wangen gelegd. Ze wikkelden het lijk in een doek en legden het in een lijkkist. Op haar borst werd nog een bos bloemen gelegd bestaande uit rode, witte en hemels-blauwe bloemen. De kist werd naar het graf gedragen waar ze werd begraven. Zuster Emmerich verteld ons nog dat na de begrafenis van Maria, Johannes samen met Thomas, die later arriveerde, naar het graf ging. Ze openden de lijkkist maar zagen dat het lichaam van Maria niet meer aanwezig was. Hierop sloten ze de kist en verlieten ze de plek.