Patara

Patara

Patara, er zijn vele verhalen verbonden met het ontstaan van een van de belangrijkste havens van de Lycische kust. De legende zegt dat de stad is gesticht door Patarus, de zoon van Apollo en Lycia, een nimf van de Xanthos-rivier. De geschiedschrijver Strabo beschrijft de stad als gesticht door Patarus. Echter in de werkelijkheid is de stad gesticht door de bewoners van Lycia, zoals staat vermeld op diverse inscripties en oude munten. De oude naam was Patar in de Lycische taal.

Patara kreeg zijn bekendheid door het orakel van Apollo dat hier was gevestigd. Orakels, die zich in tempels bevonden die alleen tijdens de winter open waren, waren personen die antwoord gaven op vragen die betrekking hadden op de toekomst.

Patara, dat in 334 BC in de handen viel van Alexander de Grote, behield zijn belangrijke status als handelscentrum en als haven gedurende de Hellenistische tijd. Tijdens de Egyptische bezetting veranderde Ptolemaios de 2e (285- 246 BC) de naam van de stad in Arsinoe, ter ere van zijn vrouw. Deze naam bleef echter niet lang hangen en veranderde al snel weer in de oude naam, Patara.

Keizer Brutus

Een andere interessante gebeurtenis vond plaats in 42 BC, gedurende de belegering van Patara door keizer Brutus, nadat deze de stad Xanthos had veroverd. Tijdens de omsingeling van de stad Patara hoopte Brutus dat de mensen van Patara niet zouden kijken naar het voorbeeld van de stad Xanthos, om zo zonder bloedvergieten de stad te veroveren. Echter zijn voorstel werd door de bewoners afgeslagen. Brutus wilde de gevangen genomen mensen van Xanthos verkopen als slaven aan Patara. Vele mensen van Xanthos waren familie van de mensen in Patara, dus ook dit plan ging niet door voor Brutus. De volgende ochtend stuurde Brutus zijn leger op Patara af en nu begrepen de inwoners dat ze serieus in de problemen waren en gaven ze zich over. Nimand werd vermoord door Brutus, maar hij wilde wel alle waardevolle spullen uit de stad hebben. Patara gehoorzaamde. Toen kwam er een slaaf naar Brutus met de mededeling dat zijn meester ergens goud had verstopt. Tijdens het proces dat volgde, zei de beschuldigde niets, maar de moeder van de veroordeelde die in tranen uitbarstte vertelde dat zij het goud had verstopt. De slaaf protesteerde heftig tegen deze valse verklaring van de moeder en de zoon. Brutus had wel bewondering voor de bekentenis van moeder en het zwijgen van de zoon. Hij liet hen gaan en vermoordde de slaaf.

Tijdens de Romeinse bezetting was Patara weer een belangrijke havenstad en ontving het de status van metropolis. De Romeinse gouverneur had zijn zetel in Patara en ook alle administratieve archieven lagen hier opgeslagen. In deze periode passeerde ook de apostel Paulus Patara, op weg naar Rome (60AD). Ook keizer Hadrianus en zijn vrouw verbleven geruime tijd ın Patara. Later kreeg de stad een belangrijke plaats in het Christendom vanwege de geboorte van Sint Nikolaas.

Als men de ruines betreed, is het eerste waar het oog op valt, de stadspoort. Volgens de inscriptie in de stadspoort, is de poort gebouwd uit naam van Hettius Modestus, de Romeinse gouverneur van Lycia-Pamphylia rond 100 AD. Bustes van de gouverneur en zijn familie staan op pilaren aan weerszijden van de doorgang. De poort is een typische Romeinse overwinningspoort.

Overblijfselen van diverse gebouwen zijn zichtbaar langs de zee, op de vlakte onderaan de heuvel. Men kan niet meer precies alle gebouwen benoemen, maar er bevinden zich in ieder geval een badhuis en een basiliek. Het best bewaard gebleven is een tempel van een Corintische orde. Groot 13 x 16m, boven een klein podium uitstekend, is deze tempel van İnantes vol met decoraties. De tempel is uit de 2e eeuw AD.

De ruines van het grote badhuis liggen ten zuiden van de tempel. Uit de inscripties blijkt dat het badhuis, opgedragen aan keizer Vespasianus
(69-79 AD), bestaat uit 5 intercommunicatieve kamers die allen hun eigen functie hebben. İn de kleine kamers in het oostelijke deel van het badhuis, liggen de boilers. De diverse kleine gaten in de muren zijn ontstaan door spijkers, om zo verschillende panelen aan op te hangen.

Het Theater

Op de noord-oost flank van de heuvel ligt een theater. Het theater heeft twee ingangen, zowel een oostelijke als een westelijke. Daar veel van het theater is bedekt met zand, is het onmogelijk om te bepalen hoe de toestand van de zitplaatsen zijn. Op het lagere deel van het twee verdiepingen tellende podium zijn vijf poorten, typerend voor Romeinse theaters. Aan de buitenzijde is een Griekse inscriptie die zegt dat een vrouw uit Patara, Vilia Procura, het theater heeft laten bouwen en dat het theater is opgedragen aan keizer Antonius Pius. (147 AD) Echter het theater moet ouder zijn. Er is tevens een inscriptie die verteld dat er een verbouwing heeft plaatsgevonden in het theater gedurende de tijd van keizer Tiberius (14-37 AD).

De Graanopslag

Westelijk van de oude haven, waar nu het moeras is, ligt een graanopslag. Een latijnse inscriptie zegt dat de opslag is opgedragen aan keizer Hadrianus. Dit enorme gebouw, compleet intact behalve het dak, bevat acht graansilo's. Tevens acht deuren aan de voorkant van het gebouw die dienen als ingangen. Ten noorden van de graanopslag ligt een tempel met bijzonder mooi tegelwerk. De ingangen met zijn pilaren aan de zeezijde en de halve kolommen op een muur geven aan dat het hier gaat om een graftombe.