Sultanhan & Ihlara Vallei

Sultanhan & Ihlara Vallei

Sultanhan Caravansarai

Dit is een rustplaats voor vroegere karavanen op weg van Konya naar Aksaray, 40km voor de stad Aksaray. Het is gebouwd door Sultan Alaattin Keykubat de 1e, tijdens de Seljuk periode in 1229. Het bestaat uit een open gedeelte en een overdekt gedeelte. Het is de grootste van alle caravansarais in Anatolië met een oppervlakte van 4800 m2. Sultanhan is een monumentale rustplaats. Het ziet eruit als een fort. De ingang is een hoge symetrisch gedecoreerde poort. De binnenplaats is omgeven door kamers aan de linkerzijde, en door overdekte plaatsen aan de rechterzijde. In het midden staat een kleine moskee. In de vierde muur bevindt zich een poort welke leidt naar het tweede gedeelte. Het midden van het tweede gedeelte is omgeven door pilarenen bedekt met een acht-hoekig kegelvormig dak.

Caravansarais

Dit zijn publieke gebouwen langs de karavaan-routes. Bestemd voor de handel in normale tijden. In tijden van nood hebben ze een militaire functie. Ze liggen op een afstand die een kameel per dag kan lopen. Daar een kameel ongeveer 25-40 km per dag kan lopen, bevinden de gebouwen zich op deze afstand van de caravansarais.

De Anatolische Seljuks begrepen zeer goed het belang van handel en deden er veel aan om dit aan te moedigen. In de gebouwen deden ze alle moeite om de karavanen van alle gemakken te voorzien. Slaapplaatsen, badhuizen, moskeeën, doktoren, keukens, bibliotheken en koffiehuizen. Er was een tijd dat al deze diensten gratis waren, om zo de handel te stimuleren. Ze gaven bijvoorbeeld gratis dieren weg aan diegenen die hun dieren onderweg waren verloren.

De beheerders van deze rustplaatsen waren verantwoordelijk voor de veiligheid. In het algemeen gingen de poorten dicht bij zonsondergang en pas weer open bij zonsopkomst. Tenzij ze zeker waren dat niemand iets was verloren onderweg.

Afhankelijk van de weersomstandigheden, moest men soms de overdekte gedeeltes delen met de dieren. In dat geval werd de geur van de dieren verzacht met een keur aan luchtjes. Tegenwoordig zijn er nog 120 caravansarais overgebleven in Anatolië.

Ihlara Vallei

De Ihlara vallei is een kloof die is uitgeslepen door het water van de Melendir-rivier. De rivier die door de Ihlara-kloof loopt, is nog steeds verantwoordelijk voor de erosie ervan. De kloof heeft een lengte van 20 km. Er is een prachtige wandelroute door de kloof, welke ongeveer een halve dag in beslag neemt.

De kloof ligt ongeveer 150m onder het niveau van het huisje van de kaartverkoop en wordt bereikt door een afdaling van 300 treden. Er wordt gezegd dat de terugweg geen gemakkelijke klim is. In de kloof zijn ongeveer 60 kerken, kloosters en gebedsplaatsen. Er zijn enkele grote kerken die eenvoudig bereikbaar zijn.

Agacalti Kilise (De kerk onder de boom)

Een kruisvormige kerk met twee smalle paden. Vanwege een aantal instortingen is de ingang verplaats naar het altaar. In de kerk is een fresco van Christus zittend in een mandorla, gedragen door vier engelen, onderweg naar de Hemel. De fresco is geschilderd in een primitieve stijl, gezien de oranje kleur van het gelaat en de uitdrukkingsloze witte ogen.

Yilanli Kilise (De kerk van de slang)

Het is een kruisvormige kerk. De binnenkant heeft de vorm van een hoefijzer. Aan de noordzijde is een grafkamer. Vanwege het geringe licht in de kerk, is een zaklamp wel handig.

  • De westmuur: Christus geflankeerd door engelen , zittend op een troon. Beneden hem de 40 martelaren van Sebastiaan gehuld in oosterse kleden en de 24 ouderen van de Apocalyps. Onderaan de westmuur, de dag des oordeels, met het 3-koppige monster en de slang die de gedoemden verslindt. Dit moet het lijden in de hel voorstellen. De naam van deze kerk is ontleend aan dit freco. Rechts van dit fresco is een afbeelding van naakte vrouwen die worden aangevallen door slangen. Eén van de vrouwen wordt aangevallen door 8 slangen, waarschijnlijk vanwege haar overspel. Bij een andere vrouw worden haar borsten aangevallen, omdat ze haar kinderen achterliet. Anderen schuldig aan laster en ongehoorzaamheid krijgen aanvallen naar de mond en de oren. Rechts van de deur naar de grafkamer is de ingang naar Jeruzalem. Links van de deur staat St. Onesimus. In de apse: Het laatste avondmaal en de kruisiging.
  • De oostelijke muur: Bovenaan een kruis in een aureool. Links op de muur de kruisiging (in slechte staat). Bovenaan de noordzijde staat Johannes de Doper, rechter hand geheven en in zijn linkerhand een ammulet. Boven aan de oostzijde van het altaar: Christus zittend op een regenboog, gekleed in een rood gewaad, een boek vasthoudend en omgeven door de aartsengelen Michael, Raphael, Gabriel en Uriel.
  • Zuidelijke muur: Michael en Gabriel aan beide zijden. Onder het raam een fresco van Constantine en Helena.

Sumbullu Kilise (De kerk van de hyacinth)

De naam komt van de vele hyacinthen rondom de kerk. Sumbullu Kilise is onderdeel van een twee verdiepingen tellend klooster, waarvan de 2e verdieping dienst deed als leefruimte. De bogen over de ingangen zijn gescheiden door pilaren. De gehele kerk heeft sporen van Perzische invloeden.

  • Centrale gedeelte; Christus pantocrator.
  • Northzijde; St. George en St. Theodore.
  • De westmuur: (in the niche) Constantine en Helena.
  • Altaar gedeelte: Gabriel en Michael en op de volgende muur is de annunciation uitgebeeld.